maandag 26 september 2016

tamme kastanje


Aarde, water, vuur en wind.
In die volgorde. Wroeten in d'aard is 't hoogste goed, je komt er al wat tegen.
In 't voorjaar vond ik twéé kiemende tamme kastanjes die ik voorzichtig in een papieren zakdoekje wikkelde en thuis in een pot stak met veel verdorde bladeren erop want zo had ik hen gevonden.
En zie, het wonder geschiedt, er priemt wat groen tussen het bruin.


Maar wat moet ik nu met die castanea- (de oudste staat in Sicilië en is 2000 à 4000 jaar oud ) zaailing? Stel dat hij gaat groeien dan zit ik wel met een grote  boom die pas vruchten draagt na 10 à15 jaar;


een normaal groeiende boom wordt 20 a 30 meter hoog en 15 tot 20 meter breed
(hm). Toch verplanten, naast de haag waar zich een meter schrale grond bevindt.

einde juli

...vandaag na veel begieten.
Ik zal geen kastanjes rapen uit eigen tuin.

zondag 12 juni 2016

Noorderburen

Snoeien, afknippen, kortwieken, inkorten, couperen, verkrampen maar nooit wanhopen, zelfs niet als ze zeggen: 'Madame, gij verveelt u zekerst niet', met een veelbetekenende blik op mijn hagen.

Vervelen behoort niet tot mijn woordenschat en als ik mag kiezen: liever een beschermende haag dan geen. Alleen met die aan de achterkant van het huis wist ik me geen blijf, een woekerend geheel van meer dan vijf meter hoog, ver overhellend naar mijn tuin maar niet aan mij toehorend. Aan wie dan wel?

Er loopt een pad naast mijn huis, noordwaarts naar het bos toe. Maar voor je het bos betreedt kom je links voorbij een groot hekken en een blaffende schepershond. Achter het manshoge hekken begint de oprijlaan naar een grote villa. Mysterieus en al waren we buren, ik kreeg ze nooit te zien, hoorde enkel een auto stoppen voor het hekken, de hond toespreken, en binnenrijden.
Maar op een dag, geen twee maanden geleden, stond ik aan hun kant te snoeien toen ze aankwamen dus sprak ik ze aan, het Hollands koppel. 'We komen zo dadelijk naar u toe, buurvrouw.'

 -Kijk, wees ik, terwijl ik hen de tuin rondleidde, ik kan veel maar zo hoog kan ik niet klimmen zonder vallen.
Dat begrepen ze, het was te riskant en duidelijk dat de eigenaar - zij huurden het domein net een jaar - in overtreding was met de Belgische wet. Buurvrouw van links kwam er bij en knikte heftig, ook bij hen was het quasi onmogelijk om de noordkant de baas te kunnen en ook daar helde menig groen over. De bal ging aan het rollen. 'Het' domein , dat een hectare groot was paalde niet enkel aan mijn maar wel aan vijf tuinen. Mijn Hollandse buren waren vol begrip en zouden het bij de huisbaas aankaarten.


Duidelijk op een efficiënte manier want gisteren zijn 'ze', twee werkmensen, er aan begonnen en zoals beloofd zou ik de bomen van de klimop bevrijden, dat zingen had ik niet beloofd maar deed het wel stilletjes:
'adem mijn adem, voel wat ik voel, jij zult vrij zijn, bij 't vallen van de avond.'

klimplant


Als je goed kijkt kan je nog iets anders dan klimop aantreffen rond een boom.
Zoals deze. Ik wist de naam nog niet.

Pas toen ik hem plantte en daarna al mijn aanwinsten in de tuin ging begieten besefte ik dat ik er eind december een gelijkaardig exemplaar had geplant. Kamperfoelie, gekocht omdat de bloemen 's avonds zo lekker kunnen geuren.


Voorlopig hou ik het bij rozen en lavendel als ik wat tuinaroma's wil opdoen want groeien lijkt al een opgave voor de kamperfoelies, het is duidelijk niet hun biotoop.

donderdag 9 juni 2016

Héhé, hagen

De euforie blijft smeulen, ik woon hier nog altijd, gaarne zelfs, maar met graag zien toom je je plantsoen niet in, wel als je je handen uit de mouwen steekt. Zolang de hagen mijn domein blijven omringen, zal ik ze moeten snoeien.
De eerste keer, op een zonnige dag in die winterse aprilmaand, nam ik mijn snoeischaar ter hand en kortwiekte ik al het uitgroeisel langs mijn kant. Tien bussels snoeihout leverde dat op, een week voor de ophaling door de groendienst van de gemeente op 30 april.


 Een maand later mocht de cipressenhaag eraan geloven maar toen was ik al in het bezit van een haags-heggenschaar wat iets vlotter ging en toch deed ik daar drie dagen over voor de tuinkant.
De straatkant werd een beetje uitgesteld. En wat met de afval want de eerstvolgende ophaling is voor einde november dus vroeg ik toestemming aan de buurman om dat als een soort haksel-bodembedekking te aanzien in die strook van een halve meter tussen ons; twee vliegen in één klap: minder onkruid en ik mijn groen kwijt. De brave man stemde toe al had hij veel liever die strook besproeid.

Pas toen ik op zolder mijn elektrische haagschaar ontdekte vond ik moed om de straatkant verder af te werken maar dan, 'kak', zeg.
Ei zo na zat ik er met mijn teenslippers in. Die viervoeters kunnen er niks aan doen, het is hun baasje dat deze halte toelaat zonder plastic zakjes op zak.
Niet dat er gebrek is aan plaats voor die dieren om hun gevoeg te doen. Enkele meters verder, naast mijn grond, ligt er een publiek grasveld van, ik schat een vier are lekker mals groen gras waar de andere baasjes met leiband halt houden. Nog tien stappen en ze kunnen het bos in om maar te schetsen dat het overal elders kan.
Daar hebben we het op die zonnige dag het volgende op gevonden.

'Ceci-n'est-pas-een-honden-wc', geschreven met een stuk dakpan en de volgende dag al afgespoeld door de regen.
Het is duidelijk dat ze de boodschap niet gelezen hebben want er liggen nog exemplaren klaar.
Met die elektrische haagschaar zie ik het weer helemaal zitten, gaat dat vlug, 'krrrrrrrrr',  in één beweging van onder naar boven. 'k Heb het aan mijn schouder gevoeld die nacht.

En toen die klus geklaard was stond de twintig meter lange haagbeuk alweer te lonken.



woensdag 1 juni 2016

ze zijn zo mooi die onkruiden

Dan heb ik het over bv. haagwinde ofte Convovulus sepium, een verstikkend plantje met mooi bloempje maar amper te verdelgen.
Met kamerjas aan doe ik 's morgens de ronde van de tuin. Vooral na regen is dat een interessante bezigheid want dan laat het onkruid zich het makkelijkste verwijderen, en ik heb er nogal wat.
Bij nader beschouwing haal ik de top tien van de onkruiden: zevenblad, haagwinde, klavers, boterbloem, paardenbloem, distel, brandnetel, kleefkruid, peemgras, vogelmuur...
heermoes ontbreekt nog in het rijtje.
Dat haagwinde dikke ondergrondse wortelstokken vormt is een tegenvaller bij de bestrijding ervan maar bij regenweken zoals de huidige lukt het om ze zelfs met de hand los te wrikken.


Voor paardenbloem en distel neem ik de basis vast, geef een draai en haal in hemelwaartse beweging de plant met wortel uit. Eén regel: smoor ze in de kiem en laat ze in de zon drogen of hang ze in de bomen, doe ik met het welig tierende klimop.

Maar het is zeker niet allemaal kwel wat ik tijdens het dauwtrippen tegenkom. Soms word ik verrast door een geurig groen tussen de tegels.


Kleine toefjes tijm die zich na regen heel gemakkelijk laten verwijderen met wortel en al. Daar hebben we het volgende op gevonden:


Leuk om weg te geven of een om een tijmborder te vormen.

maandag 23 mei 2016

Rozemarijngoudhaantje

-Zie mijn rozemarijnstruiken wegkwijnen en ze krijgen nochtans genoeg water.
-O, zegt ze, de nieuwe buurvrouw, beter gezegd een teruggevonden vriendin, dat heeft daar niks mee te maken. Met grote ernst buigt ze zich over mijn armtierig groen, haar vingers naarstig wroetend tussen de toppen.
-Daar heb je ze!
Twee kevers toont ze me in haar geringde hand, van ver lijken het wel lieveheersbeestjes maar ze hebben een andere kleur en ze glanzen.

Het is een plaag, ze heeft ze ook en alle dagen onderzoekt ze haar rozemarijn.
Ik pluk nog snel een ongeschonden takje want zuinig ben ik er niet mee in de keuken.
Ontsteld bekijk ik de schade, ik had er met mijn neus nog nooit zo dicht opgezeten.
Mijn rozemarijn, mijn alle-seizoenen-groen, mijn aroma, opkikker, fris of droog; ik kan niet zonder.

Nee, maar, niet te geloven dat zo een mooi beestje zo destructief kan wezen, er is schade op elke tak.
Nog minder fraai is wat ik lees op internet; ...van 't zuiden overgekomen, geen natuurlijke vijanden, te vinden op thym, lavendel, eiafzet onderaan 't blad, larven na tien dagen die zich voeden met...

Ik zeg geen sorry meer als ik ze tussen zool en steen plet, ze zijn te talrijk en elders deponeren, zoals ik met spinnen doe, haalt niets uit, ze komen gewoon terug.
Met adviezen als 'leg een papier onder je struik en schudt...' moet ik eens lachen maar dagelijkse inspectie? Nee hoor.
Driemaal daags.

dinsdag 17 mei 2016

Wolkbreuken en godsgeschenken

Het is simpel hoor, ik ben verhuisd, bijna vijf maanden nu. Het was (weer) liefde op 't eerste zicht en net daarom heb ik me verplicht ander panden te bezoeken maar kwam toch steeds terug naar hier. De good vibrations bleven, telkens opnieuw zag ik een zonnig bungalowtje; ik heb het dan over raampartijen van 2 op 2 naar alle windstreken gericht,  met rondom een tuin van circa zeven are in een doodlopende straat en een wijk zonder bussen.
Als ze mij komen bezoeken zeg ik het nummer 61 en dan een huis verder want na die laaaaange en hoge cypreshaag aan de straatkant zijn het huisnummer en bel onvindbaar en voor ik er introk ook de ouwerwetse rode Engelse brievenbus. Dat wegsnoeien was mijn eerste werkje en daar heeft de postbode me uitgebreid voor bedankt: 'Als 't reigende, madame, moest ik mijn mouve opstropen of ik was gielegans nat'.  Rechts van het huisje begint de enorme oprit die omzoomd is door frisgroene haagbeuk en haaks erop, aan de achterkant een allegaartje van struik en boom met veel en hoge paplaurier, tot slot de linkerkant waar de buurman een omheining gezet heeft van groene 'kunst'stof.
Voorts veel plaveisel en gazon waarop een gamel tuinhuisje zonder deur.
Na een maand wonen was de riolering verstopt, nog een maand verder is een firma in de grond gaan graven om alles te herstellen en zodoende was mijn licht hellend gazon aan de voorkant kapot.


No prob dacht ik, tot die befaamde wolkbreuk op tien mei. Het regende niet alleen in mijn keuken maar ook buiten ontplooide zich een interessant schouwspel van modder dat zich een weg baande naar lagergelegen oorden want het terrein helt aan de straatkant.
Wat nu?
Een oplossing zou zich later aanbieden toen het water de grond indrong en de zon voor de rest zorgde, wat overbleef was een aarden baan die bedekt moest worden met...gras.
Na een paar dagen zon en lekker warm weer kon ik mijn grasmachine bovenhalen om lustig te maaien, ik doe er amper een kwartier over. Nog steeds haal ik de gekste dingen vanonder het gras: een plastieken eendje, een petflessen, plastiek allerhande, iets geel, ooit bal geweest
en een tegel, en nog een, en nog twee

...tot ik het hele oude pad had vrijgemaakt.

En waar bleef ik met die graszoden?
Goed geraden.