Dan heb ik het over bv. haagwinde ofte Convovulus sepium, een verstikkend plantje met mooi bloempje maar amper te verdelgen.
Met kamerjas aan doe ik 's morgens de ronde van de tuin. Vooral na regen is dat een interessante bezigheid want dan laat het onkruid zich het makkelijkste verwijderen, en ik heb er nogal wat.
Bij nader beschouwing haal ik de top tien van de onkruiden: zevenblad, haagwinde, klavers, boterbloem, paardenbloem, distel, brandnetel, kleefkruid, peemgras, vogelmuur...
heermoes ontbreekt nog in het rijtje.
Dat haagwinde dikke ondergrondse wortelstokken vormt is een tegenvaller bij de bestrijding ervan maar bij regenweken zoals de huidige lukt het om ze zelfs met de hand los te wrikken.
Voor paardenbloem en distel neem ik de basis vast, geef een draai en haal in hemelwaartse beweging de plant met wortel uit. Eén regel: smoor ze in de kiem en laat ze in de zon drogen of hang ze in de bomen, doe ik met het welig tierende klimop.
Maar het is zeker niet allemaal kwel wat ik tijdens het dauwtrippen tegenkom. Soms word ik verrast door een geurig groen tussen de tegels.
Kleine toefjes tijm die zich na regen heel gemakkelijk laten verwijderen met wortel en al. Daar hebben we het volgende op gevonden:
Leuk om weg te geven of een om een tijmborder te vormen.




Geen opmerkingen:
Een reactie posten