Vervelen behoort niet tot mijn woordenschat en als ik mag kiezen: liever een beschermende haag dan geen. Alleen met die aan de achterkant van het huis wist ik me geen blijf, een woekerend geheel van meer dan vijf meter hoog, ver overhellend naar mijn tuin maar niet aan mij toehorend. Aan wie dan wel?
Maar op een dag, geen twee maanden geleden, stond ik aan hun kant te snoeien toen ze aankwamen dus sprak ik ze aan, het Hollands koppel. 'We komen zo dadelijk naar u toe, buurvrouw.'
-Kijk, wees ik, terwijl ik hen de tuin rondleidde, ik kan veel maar zo hoog kan ik niet klimmen zonder vallen.
Dat begrepen ze, het was te riskant en duidelijk dat de eigenaar - zij huurden het domein net een jaar - in overtreding was met de Belgische wet. Buurvrouw van links kwam er bij en knikte heftig, ook bij hen was het quasi onmogelijk om de noordkant de baas te kunnen en ook daar helde menig groen over. De bal ging aan het rollen. 'Het' domein , dat een hectare groot was paalde niet enkel aan mijn maar wel aan vijf tuinen. Mijn Hollandse buren waren vol begrip en zouden het bij de huisbaas aankaarten.
Duidelijk op een efficiënte manier want gisteren zijn 'ze', twee werkmensen, er aan begonnen en zoals beloofd zou ik de bomen van de klimop bevrijden, dat zingen had ik niet beloofd maar deed het wel stilletjes:
'adem mijn adem, voel wat ik voel, jij zult vrij zijn, bij 't vallen van de avond.'
















